Traumabinding: wanneer je relatie niet tot rust komt
- Denise de Haan
- 29 jan
- 6 minuten om te lezen
Er is een type relatie waar je hoofd allang van snapt: dit is niet goed voor mij.En toch… blijf je terugdenken. Terugverlangen. Terugtwijfelen. Soms zelfs teruggaan.
En dan komt de tweede klap: schaamte.
“Waarom kan ik dit niet gewoon afsluiten?”
“Waarom mis ik iemand die me pijn deed?”
“Wat is er mis met mij?”
Laat me je meteen iets vertellen wat veel mensen nooit hebben geleerd:
Je bent niet zwak.
Je bent niet dom.
Je zit waarschijnlijk vast in traumabinding: een patroon waarin je emotioneel gehecht raakt aan iemand die jou óók beschadigt. En dat voelt zó verwarrend, omdat er vaak óók liefde, warmte en mooie momenten zijn.
Maar precies dát is de lijm.

Eerst even dit: “binden op trauma” is niet traumabinding
Soms zitten mensen in herstel. In therapie. In een groep. Of gewoon in diepe gesprekken met iemand die hetzelfde heeft meegemaakt.
Je deelt je verhaal en je voelt: hé, jij snapt mij.
En dan zeggen mensen: “Wij hebben een traumabinding.”
Nee.
Dat is vaak gewoon gezonde verbinding die ergens begint.
Verbinding begint heel vaak bij één onderwerp. Dat is normaal. Dat is veilig. En als het gezond is, groeit het uit naar meer. Dan kun je later ook praten over je dagelijks leven, je waarden, je verlangens, je grenzen, de kleine dingen.
Traumabinding ontstaat niet door kwetsbaarheid.
Traumabinding ontstaat doordat je in een relatie terechtkomt waar óók spanning, verwarring en afhankelijkheid in zit.
Wat traumabinding wél is (in normale mensentaal)
Traumabinding is die sterke emotionele hechting aan iemand die jou:
klein maakt
onzeker houdt
verwaarloost
verdraait
controleert
of pijn doet
En tóch blijf je liefhebben.
Tóch blijf je hopen.
Tóch blijf je terugtrekken.
In traumabinding leven vaak twee gevoelens tegelijk:
liefde / verlangen / hoop
én angst / stress / afhankelijkheid
Dat is de dubbele realiteit waar je zo moe van wordt.
De kern: onvoorspelbare beloning
Dit is het mechanisme dat het verschil maakt tussen “een moeilijke relatie” en “ik zit vast”.
In traumabinding is de ander vaak onvoorspelbaar.
Soms is die persoon warm, charmant, attent, liefdevol.
En soms is diezelfde persoon kil, kritisch, afstandelijk, hard of verdraaiend.
En jij gaat scannen.
Op toon. Op stilte. Op blik. Op timing. Op appjes. Op stemming.
Gewoon omdat jouw systeem probeert te overleven.
Onvoorspelbare beloning bouwt afhankelijkheid.
Want je brein gaat niet alleen aan op liefde. Je brein gaat nóg harder aan op: liefde die soms wel en soms niet komt.
Dat is precies waarom mensen zo lang blijven.
Niet omdat het altijd slecht is.
Maar omdat het soms zó goed voelt dat je denkt: zie je wel, het kan.
En daar gaat het mis: je blijft jagen op de versie van “het begin”.
De spanningsfase: hier wordt het chemisch
Er is een fase die veel mensen herkennen, maar niet kunnen benoemen.
Je voelt: er hangt iets. Je loopt op eieren. Je bent alert. Je bent aan het aanpassen. Aan het voorkomen. Aan het sussen.
En dan komt er ineens een “goed” moment:
een lief appje
een knuffel
een “sorry”
seks
een avond waarop het normaal lijkt
een klein beetje aandacht
En jouw lijf denkt: EIN-DE-LIJK.
Hier zit de hele verwarring:
Soms voelt iets niet fijn omdat het liefde is… maar omdat de pijn even stopt.
Dat “fijne gevoel” is vaak opluchting.
En opluchting wordt door je brein opgeslagen als: veilig.
Dus je gaat niet hechten aan veiligheid… je gaat hechten aan het einde van pijn.
En daar komt de zin die hard binnenkomt, maar wel klopt:
Kruimels voelen als een maaltijd als je emotioneel uitgehongerd bent.
“Beschermer” die het tapijt wegtrekt
Een tweede mechanisme dat vaak terugkomt in traumabinding is dit:
Iemand wekt bij jou het gevoel:
“Ik ben jouw veilige haven. Ik begrijp jou. Ik bescherm jou.”
En vervolgens:
wordt diezelfde persoon kil
trekt zich terug
draait het om
straft je
maakt je onzeker
en laat je achter met de vraag: wat deed ik fout?
En dan… ga je terug.
Niet omdat je zo graag pijn wil. Maar omdat je brein denkt:
“Die persoon was net nog mijn veiligheid. Als ik het weer goed krijg, ben ik weer oké.”
Dat is geen liefde.
Dat is een systeem dat je gevangen houdt.
Waarom het lijkt op gijzeling (en waarom dat logisch is)
Er bestaat zoiets als een Stockholm Syndroom waarbij gegijzelde mensen na verloop van tijd loyaliteit of affectie kunnen voelen richting hun gijzelnemer.
In zulke situaties gebeurt iets primairs:
eerst is er doodsangst
daarna stopt de dreiging even
en die opluchting kan voelen als “redding”
In schadelijke relaties zie je iets vergelijkbaars:
dezelfde persoon die spanning veroorzaakt…is ook degene die de spanning soms weer weghaalt.
Je veilige haven is tegelijk je storm.
En dát maakt de band zo sterk.
Zelftest: zit jij in traumabinding?
Geen diagnose. Wel een spiegel.
Zou je je beste vriend(in) dit gunnen?
Als je je kind in jouw plek zet — word je dan rustig of ga je aan?
Moet je vaak zeggen: “jullie snappen het niet”?
Ben je vaak bezig de ander te verdedigen naar de buitenwereld?
Weet je dat afstand beter is, maar lukt het niet?
Voel je paniek, leegte of onrust als je afstand hebt?
Veel “ja”? Dan is de kans groot dat je niet “gewoon in twijfel” zit, maar in een binding.
Waarom “gewoon weggaan” niet werkt
Mensen geven makkelijk advies.
“Dan ga je toch weg?”
“Als het slecht is, verbreek je het toch?”
Maar traumabinding is niet alleen een beslissing.
Het is ook ontwennen.
Want je brein heeft geleerd:
bij spanning → terug naar die persoon
bij leegte → terug naar die persoon
bij onzekerheid → bevestiging halen bij die persoon
En dan krijg je die gedachte die bijna iedereen kent:
“Ik wil nog één gesprek, dan kan ik loslaten.”
Ik snap het. Echt.Je wilt erkenning. Je wilt dat het klopt. Je wilt dat de ander toegeeft dat jij niet gek bent.
Maar bij dit type dynamiek is dat gesprek vaak geen verwerking.
Het is een nieuwe ronde verwarring.
Jij gaat erin voor helderheid.
De ander gaat erin voor invloed.
Waar dit vaak begint: de oude blauwdruk
Traumabinding is geen “pech in de liefde”.
Het is vaak een herhaling van een oude blauwdruk.
Als jij als kind afhankelijk was van mensen die óók onveilig waren, kon je niet weg. Dus je moest je aanpassen.
Dan leert een kind (zonder woorden) dingen als:
als ik me klein maak, wordt het rustiger
ik moet aanvoelen wat de ander nodig heeft
ik ben verantwoordelijk voor de sfeer
liefde komt en gaat
als het misgaat, zal het wel aan mij liggen
En dan wordt onveiligheid “normaal”, omdat je zenuwstelsel denkt: dit herken ik.
Daarom kan rust later “saai” voelen. Of verdacht.
En spanning kan voelen als “chemie”.
Dat is geen karakter.
Dat is conditionering.
Hoe je traumabinding doorbreekt (praktisch, stevig, menselijk)
1) Behandel het als afhankelijkheid
Niet half. Niet “af en toe even checken”.Stoppen is stoppen.
Elke keer dat je toch appjes stuurt, checkt, gaat praten, “even wil afsluiten”…voed je de binding.
2) Verwacht terugtrekverschijnselen
Dat je iemand mist is geen bewijs dat het goed was.Het is bewijs dat je systeem gewend was aan de cyclus.
Je gaat gedachten krijgen als:
misschien overdrijf ik
misschien viel het mee
misschien lag het toch aan mij
ik mis de goede versie
Dat is ontwennen. Geen waarheid.
3) Bouw nieuwe bronnen van rust
Je zenuwstelsel moet ergens heen:
veilige mensen
ritme
bewegen
buitenlucht
slaap en eten op orde
dingen die je terugzetten in jezelf (muziek, natuur, werk, creatie)
Niet als wellness.Als herstel.
4) Maak een feitenlijst (dit is goud)
Maak op je telefoon een notitie: FEITEN.
Schrijf op:
wat er gebeurde (concreet)
hoe jij je voelde
wat jij steeds goedpraatte
wat het met je zelfbeeld deed
wat het je kostte (energie, vrienden, werk, zelfrespect)
wat er gebeurde als jij een grens stelde
En als je brein weer begint met romantiseren:lees die lijst.
Niet om jezelf te martelen.Maar om terug te keren naar de realiteit.
5) Vraag hulp die dit snapt
Dit is niet alleen “beter communiceren”.Dit is ontkoppelen en hertrainen.
En het is oké als je dat niet alleen kunt.Sterker nog: de meeste mensen kunnen het niet alleen. En dat hoeft ook niet.
Tot slot: dit is bemoedigend, maar ook eerlijk
Traumabinding breek je niet door jezelf uit te kafferen.
Schaamte is brandstof voor blijven hangen.
Je breekt het door te snappen:
mijn systeem zoekt rust, maar op de verkeerde plek.
En dan ga je opnieuw leren waar rust woont.
Niet in kruimels.
Niet in onvoorspelbare versies.
Niet in “morgen is het vast weer goed”.
Maar in consequente veiligheid.
En als consequente veiligheid nu saai voelt?
Dan ben je niet kapot.
Dan ben je aan het ontwennen van chaos.
Hiermee aan de slag? In mijn online aanbod zit een online module om uit dit soort dynamieken te bewegen!




Opmerkingen