Hoe aannames je leven verklooien!
- Denise de Haan
- 2 dagen geleden
- 4 minuten om te lezen
We doen het allemaal. We lopen rond met een brein dat de hele dag door een soort mini-documentaire inspreekt over de werkelijkheid.
Die auto voor je? “Wat een idioot.”
Iemand reageert kort in een app? “Die is boos.”
Je partner vergeet iets? “Hij geeft niet om me.”
Je wordt niet uitgenodigd? “Ze vinden me niet leuk.”
Iemand is stil? “Afwijzing.”
En dan denken we dat we goed kunnen invoelen. Maar vaak zijn we niet aan het invoelen. We zijn aan het invullen.
En invullen is een stille saboteur. Niet omdat je soms ongelijk hebt, maar omdat je aannames zó snel veranderen in conclusies, dat je niet eens meer doorhebt dat je aan het fantaseren bent.
Niet de leuke fantasie.
De “ik maak een horrorfilm in m’n hoofd”-fantasie.

Aannames bouwen je werkelijkheid (en dat is best wel eng)
Hier is het bizarre: je aannames beschrijven de werkelijkheid niet alleen… ze organiseren ‘m.
Want zodra jij gelooft dat iets waar is, ga je je ernaar gedragen. En je gedrag roept reacties op. En die reacties voelen als bewijs.
Voorbeeld. Je partner vergeet iets kleins. Jij denkt: “Zie je wel. Ik doe er niet toe.”
Dus jij trekt je terug. Wordt wat kouder. Minder speels. Minder open.
Je partner voelt die shift, raakt onzeker of geïrriteerd, en trekt óók terug.
En tadaa: afstand. En jouw brein: “Zie je wel.”
Wat er gebeurt is:
Trigger → aanname → beschermgedrag → relationele verschuiving → ‘bewijs’
En omdat het gevoel echt is (afstand voelt echt), ga je denken dat het verhaal ook waar is. Terwijl het verhaal vaak gebouwd is op oud materiaal.
Niet op vandaag.
Het echte probleem is niet je aanname, maar je verdediging
Even een ongemakkelijke waarheid: de meeste pijnlijke aannames zijn niet “intuitie”.
Het zijn beschermingsstrategieën.
Je brein wil onzekerheid oplossen. Snel.
Want onzekerheid voelt voor een getriggerd systeem als gevaar.
Dus je brein knalt er een verhaal overheen:
“Ik ben niet belangrijk.”
“Ik ben te veel.”
“Mensen verlaten me.”
“Ik hoor er niet bij.”
“Ze keuren me af.”
En dan komt het belangrijkste stuk: je gaat je organiseren rond dat verhaal.
Als ik denk dat ik niet gewenst ben → trek ik me terug.
Als ik denk dat je me afwijst → word ik scherp / koud / kritisch.
Als ik denk dat ik teveel ben → word ik klein.
Als ik denk dat je me gaat verlaten → ga ik controleren of testjes doen.
Als ik denk dat je me niet ziet → ga ik pleasen of juist straffen met afstand.
En dat is het moment waarop je je relatie (of vriendschap, of groep) begint te vormen naar jouw angst.
Niet bewust, hè.
Niemand zit op dinsdagmiddag te denken: “Laat ik even lekker m’n eigen realiteit slopen.”
Maar je systeem is sneller dan je volwassen brein.
Projectie is een menselijke reflex
We projecteren allemaal. Dat klinkt vies, maar het is eigenlijk gewoon: “Ik voel iets vanbinnen wat ik niet wil voelen, dus ik plak het op jou.”
Bijvoorbeeld:
Je draagt een diepe (soms onbewuste) overtuiging: “Ik stel teleur.”
Dus je gaat je onzeker gedragen, ontwijken, half aanwezig zijn.
De ander reageert met irritatie of teleurstelling.
En jouw brein: “Zie je wel. Ik stel teleur.”
En daar heb je je loop.
Oude overtuiging → gedrag → reactie → overtuiging bevestigd
En dan noemen mensen het “bewijs”.
Maar het is vaak gewoon: een patroon dat zichzelf in stand houdt.
De grap is: het voelt allemaal zó echt
Natuurlijk voelt het echt.
Je lichaam reageert echt.
Je hartslag, je spanning, je buik.
Je zenuwstelsel gelooft je verhaal.
Maar een echt gevoel is geen garantie voor een waar verhaal.
Gevoelens zijn signalen. Geen rechtbank.
Wat je hier mee moet (zonder jezelf te gaslighten)
Het doel is niet: “Nooit meer aannames.”
Dat gaat je brein toch niet doen.
Het doel is: aannames minder autoriteit geven.
Je wil leren spotten waar je van waarneming naar conclusie springt.
Waarneming: “Hij vergat het.”
Conclusie: “Hij geeft niet om me.”
Dat sprongetje is where the drama lives.
En dan komt het volwassen werk: niet reageren vanuit de angst, maar vanuit wat je eigenlijk wil.
Want meestal wil je niet die afstand.
Je wil verbinding.
Dus:
Wil je nabijheid? Zoek ‘m in plaats van terugtrekken.
Wil je geruststelling? Vraag in plaats van straffen.
Wil je duidelijkheid? Check in plaats van invullen.
Wil je veiligheid? Benoem wat er in je gebeurt.
Dat is geen “soft”. Dat is persoonlijk leiderschap.
En ja: soms blijkt je aanname te kloppen. Iemand is inderdaad afstandelijk, avoidant, niet betrokken. Maar zelfs dan helpt het je niet om er een hele karakterdiagnose van te maken op basis van één moment en jezelf alvast emotioneel uit te zetten.
Dat maakt jou kleiner. En eenzaam.
Een mini-tool: de 30-seconden pauze (voor je iets sloopt)
Voordat je reageert vanuit de aanname, doe dit:
Wat gebeurde er feitelijk? (zonder interpretatie)
Welk verhaal plakt mijn brein erop?
Welke emotie zit eronder? (boos = vaak pijn / angst)
Wat bescherm ik hiermee? (afwijzing voelen, kwetsbaar zijn, teleurstelling)
Wat is één andere verklaring die óók kan kloppen?
Wat wil ik eigenlijk? (verbinding, helderheid, erkenning)
Wat is de volwassen actie die daarbij past? (vragen, checken, delen, begrenzen)
En dan pas praten. Of appen.
Niet omdat je “rustig moet blijven”.
Maar omdat je anders aan het communiceren bent met een personage in je hoofd.
En dat is geen intimiteit. Dat is een innerlijke Netflix-serie met te veel seizoenen.
Tot slot: de verhalen die je over anderen vertelt, vertellen iets over jou
Dat is misschien wel de meest filosofische punchline hier.
Onze aannames zijn vaak spiegels.
Geen ramen.
Ze laten zien waar we bang zijn, waar we onszelf nog niet vertrouwen, waar we ooit geleerd hebben: “liefde is onzeker”of “ik moet verdienen dat ik gekozen word.”
En dat is goed nieuws.
Want als je kunt zien welk verhaal er steeds aangaat, heb je ineens iets in handen.
Geen schuld. Geen schaamte.
Maar keuze.
En keuze is vrijheid.




Opmerkingen