Complex trauma: als je systeem nooit stopt met scannen
- Denise de Haan
- 12 jan
- 6 minuten om te lezen
De simpelste definitie van complex trauma is niet: “ik heb iets heftigs meegemaakt.”De simpelste definitie is: ik kan nooit helemaal relaxen.
Altijd aan. Altijd scannen.
Wanneer breekt de pleuris weer los?
Hoe is de bui van ma?
Hoe is de bui van pa?
Krijg ik wel voldoende zorg?
Is iemand afgestemd op mij?
Wat als m’n broertje straks weer vervelend gaat doen?
Wat als er ruzie komt?
Wat als ik iets verkeerd zeg?
Wat als ik “te veel” ben?
Complex trauma is leven met een interne sirene die nooit uitgaat.
Je lichaam is de alarmcentrale. En jij bent de medewerker die geen pauze krijgt.

Trauma gaat niet alleen over wat er gebeurt
Als mensen aan trauma denken, denken ze vaak aan één duidelijke gebeurtenis.Maar trauma bestaat uit twee delen:
Wat er gebeurde
Hoe het door jou werd beleefd
En dat tweede stuk is precies waar mensen zichzelf vaak op afrekenen.
Je kunt twee kinderen in hetzelfde gezin hebben.
De ander hoort vader schreeuwen en het systeem registreert gevaar. Het lijf schiet in paniekstand.
Dus als we over trauma praten, moeten we het bekijken door de ogen van degene die zich onveilig voelde.
Niet door de ogen van de buitenwereld.
Niet door “het viel toch mee”.
Niet door “anderen hadden het erger”.
Maar door de ogen van het kind dat dacht: ik ben niet veilig.
Gevoelige kinderen en verslaving: waarom dat zo vaak samen gaat
Wat ik in de praktijk steeds zie: veel mensen met trauma waren vroeger gevoelige kinderen.
En als je kijkt naar verslaving - middelen, eten, werken, seks, relaties, drama, controle - zie je vaak dezelfde lijn.
Heel simpel gezegd: als jij als kind sneller pijn voelt, sneller spanning oppikt en sneller onveiligheid registreert, dan zoek je later ook sneller naar iets dat je systeem dempt.
Simpelweg omdat je zenuwstelsel op jonge leeftijd heeft geleerd: dit is te veel om te dragen.
En ja, veel mensen voelen zich hier direct “betrapt”. Goed zo.
Dit is geen oordeel. Dit is een verklaring.
“Ik heb toch geen trauma gehad?”
Ik hoor dit zo vaak.
Iemand vertelt een levensverhaal dat één grote survivaltocht is. Constante spanning in huis, scheiding van ouders, broertje die extra zorg nodig had, gepest worden, verhuizen, taal niet spreken, verlies of een andere manier van chaos en zegt dan:
“Maar ik denk niet dat ik trauma heb gehad.”
Dat is niet omdat ze het ontkennen.
Dat is omdat dit hun normaal was.
Wat jij gewend bent, wordt wat jij denkt dat iedereen meemaakt.
En soms ontdek je pas hoe vreemd jouw normaal was, wanneer je bij anderen thuis komt en er… rust is.
Geen geschreeuw.
Geen spanning.
Geen eieren-lopen-sfeer.
Dan denk je: wat is dit voor rare familie?
Precies. Omdat jij rust niet kende als standaard.
“Maar mijn ouders waren lief. We hadden een mooi huis.”
Ook deze hoor ik vaak.
“Er was geen slaan. Geen vechten. We hadden alles. Dus ik zal wel geen complex trauma hebben.”
En dit is waar complex trauma verraderlijk wordt.
Je kunt fysiek veilig zijn en emotioneel totaal onveilig.
Je kunt een mooi huis hebben en je tóch onzichtbaar voelen.
Je kunt ouders hebben die het goed bedoelden en toch opgroeien met het gevoel dat jij vooral lastig was.
Een belangrijk thema in deze serie wordt daarom:
Hoe herken je complex trauma in een ogenschijnlijk normale jeugd?
Niet het gewelddadige type.
Het subtiele type.
En ja, dat kan net zo beschadigend zijn.
Trauma werkt vaak onder de motorkap
Veel traumagevolgen gebeuren niet op bewust niveau.
Mensen zeggen:
“Ik weet niet eens meer dat ik me bang voelde.”
Logisch. Jij zat niet op de bank als kind met een notitieboekje:
“Vandaag voelde ik me opnieuw bedreigd door de sfeer.”
Je brein registreerde het onbewust. Je lichaam onthield het.
Je systeem paste zich aan.
En daar zit precies de kern van cPTSS:
'Je leeft nu met reacties die zijn opgebouwd in een tijd waarin je geen keuze had.'
Kleine waarschuwing
Over trauma praten kan herinneringen aanzetten.
Flashbacks. Onrust. Paniek.
Dus: als je dit leest en je merkt dat je lijf aanslaat.. je hoeft niet meteen “erin”.
Je mag dit ook lezen als een les.
Intellectueel. Educatief. Veilig.
Tools komen later. Eerst helderheid.
“Maar ik wil mijn ouders niet de schuld geven”
Hoeft ook niet.
Het doel is niet om te blijven hangen in verwijt. Het doel is begrijpen hoe jij bent geworden wie je bent.
Je ouders hebben hun eigen geschiedenis. Dat is niet jouw taak om te fixen.
Maar het is wél jouw taak om je eigen verhaal te snappen.
En nog iets: eerlijk kijken naar je jeugd maakt je geen slechte dochter of zoon.
Het maakt je eerlijk.
En eerlijkheid is de start van herstel.
Je kunt goede herinneringen hebben én complexe schade.
Die twee kunnen naast elkaar bestaan.
Waar komt complex trauma vandaan? Vier routes
1. Misbruik
De meest bekende.
fysiek
verbaal
emotioneel
seksueel
En let op: emotioneel en verbaal misbruik wordt vaak gebagatelliseerd, maar kan dieper snijden dan fysiek.
Uitgelachen worden.
Vernederd worden.
Dom genoemd worden.
Afgebrand worden.
Dat is niet “een harde opvoeding”.
Dan wordt je bestaansrecht wordt elke dag aangevallen.
En ook buiten thuis kan dit: pesten op school. Elke dag op scherp. Altijd alert. Nooit relaxed.
Dat ís complex trauma.
2. (Emotionele) Verwaarlozing
En dit is de mindfuck, want het laat geen blauwe plekken achter.
Ouders die er wel waren… maar niet emotioneel.
Workaholics. Afwezig. Overweldigd. Onvolwassen. Ziek. Verslaafd. In zichzelf gekeerd.
Je was alleen met je verdriet.
Alleen met je vragen.
Alleen met je angst.
En wat we steeds meer zien: verwaarlozing kan in sommige gebieden méér schade doen dan openlijk misbruik.
Waarom? Omdat je niet alleen pijn hebt, maar ook geen veilige plek om ermee naartoe te gaan.
3. Verlating
Dit gaat niet alleen over letterlijk in de steek gelaten worden.
Ook:
scheiding
overlijden
opeenstapeling van verlies
adopteren (ook als je “te jong was om het te herinneren”)
in korte tijd alles kwijtraken: huis, vriendjes, plek, routine
Voor een kind betekent dit:
'De wereld is niet betrouwbaar'
4. Onvervulde behoeften (de subtiele killer)
Dit is het stuk dat bijna niemand leert, maar waar zoveel mensen op vastlopen.
Je kunt een jeugd hebben zonder geweld, maar met:
geen acceptatie
geen respect
geen veiligheid in sfeer
geen voorspelbaarheid
geen eerlijkheid
geen vertrouwen
geen privacy
geen ruimte voor fouten
geen emotionele beschikbaarheid
geen consistente grenzen
liefde die afhangt van prestatie
En dan groeit een kind op in een omgeving waar het steeds denkt:
'Doe ik er wel toe?'
En dit is misschien wel de meest subtiele vorm van complex trauma:
Niet 'ik word geslagen'.
Maar: 'ik word niet echt geaccepteerd.'
'Als je nou wat meer was zoals je zus.'
'Doe niet zo gevoelig.'
'Stel je niet aan.'
'Wat ben jij ingewikkeld.'
'Waarom ben jij nooit normaal?'
Dat zijn kleine prikken. Elke dag weer.
En een kind kan daar niet tegenin. Dus het kind past zich aan.
Niet omdat het wil. Maar omdat het moet.
Pijn zonder oplossing
Pijn is normaal gesproken functioneel.
Maar wat als je kind bent en je pijn heeft geen oplossing?
Je kunt niet weg.
Je kunt het systeem niet veranderen.
Dus je past je aan.
En uiteindelijk trek je één conclusie: mijn pijn heeft geen oplossing.
Vanaf dat moment wordt de hoofdprioriteit:
ik ga nooit meer gekwetst worden.
En daar beginnen de overlevingsstrategieën.
Fight - Flight - Freeze - Fawn
Fight: boosheid, hardheid, zelfhaat.
Flight: vluchten, overdenken, controle, sabotage.
Freeze: afsluiten, verdoven, dissociëren, verslaving.
Fawn: pleasen, aanpassen.
En wat sneu als je (onbewust) je hele leven aan het overleven bent.
De kern
Als je het helemaal terugbrengt tot de bodem:
Complex trauma komt bijna altijd voort uit één dynamiek:
Iemand in een positie van macht of autoriteit misbruikt die positie.
Een ouder, verzorger, docent, coach, partner, leider. Iemand die “boven” je staat.
In plaats van die macht te gebruiken om veiligheid te creëren, gebruikt die persoon het om zichzelf te dienen.
En dan gebeurt nog iets giftigs:
De ouder vindt de behoeften van het kind irritant.
Lastig. In de weg.
Dus wat doet die ouder?
Die draait de werkelijkheid om.
Het kind heeft een legitieme behoefte → ouder zegt: “Wat ben jij egoïstisch.”
Terwijl de waarheid is: de ouder is egoïstisch omdat hij/zij niet wil geven.
En het kind gelooft dat.
Want een kind moet z’n ouder geloven om te kunnen overleven.
En dan ontstaat een onzichtbare ramp:
Het kind wordt de volwassene.
De ouder wordt het kind.
Het kind gaat dragen, sussen, regelen, aanpassen, opvangen.
En in ernstige gevallen: het kind kookt, poetst, zorgt, neemt verantwoordelijkheid over.
Dat is parentificatie.
Maar in normale taal: een kind dat te vroeg volwassen moest worden.
Oke.. en waar begin je met herstellen?
Oké… en waar begin je dan met herstellen?
Aan het einde wil ik dit zeggen, zonder meteen een hele handleiding.
Complex trauma is nooit “alleen maar mentaal”.
Het is een bio-psycho-sociaal verhaal.
En ja, vaak ook spiritueel (hoe jij betekenis geeft, hoe je je verbindt, wat je houvast is).
Biologisch: je zenuwstelsel is getraind op gevaar
Psychologisch: je zelfbeeld, coping, schaamte, overtuigingen
Sociaal: je relaties, aantrekking tot “bekende pijn”, grenzen
Spiritueel/zin: je anker, je richting, je bedding
Als je maar één laag aanpakt, blijf je vaak hangen.
Maar: stap één is altijd hetzelfde.
Zien wat er gebeurd is.
Zonder jezelf wijs te maken dat je “je aanstelt”.
Zonder te vergelijken.
Zonder jezelf af te branden.
Je systeem heeft een reden dat het zo doet.
Maar het mooie van het systeem is, dat je nieuwe manier kunt trainen om je te verhouden tot het leven. Echt!
Het wordt tijd om dat te gaan aanpakken!
X!




Opmerkingen