top of page
Zoeken

Over de onrust die maar niet weggaat (en waarom dat geen probleem is)

  • Foto van schrijver: Denise de Haan
    Denise de Haan
  • 15 jan
  • 3 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 16 jan

Veel mensen dragen een stille onrust met zich mee. Een vaag gemis. Een gevoel van niet helemaal kloppen. Alsof je leven in orde is, maar jij net niet. Alsof er iets ontbreekt wat je niet goed kunt aanwijzen, maar wel steeds voelt. Dat gevoel kan zich uiten als leegte, als rusteloosheid, als een honger die op onverwachte momenten opspeelt.

En eerlijk: het is geen fijn gevoel. Dus doen we wat mensen doen met ongemak. We vullen. We ontsnappen. We verdoven.



Sommigen zoeken het in een relatie, in het idee dat een ander hen compleet zal maken. Anderen in werk, productiviteit, succes, altijd bezig zijn. Weer anderen in seks, middelen, kopen, scrollen, consumeren. Niet omdat die dingen slecht zijn, maar omdat ze tijdelijk werken. Ze geven een kort gevoel van verzadiging. Even rust. Even betekenis. En daarna keert de honger terug, vaak scherper dan ervoor.


Wat daaronder zit, lijkt vaak op ambitie, liefde of zelfontwikkeling, maar is iets anders. Het is een existentieel tekort dat we proberen te managen. Een spirituele onrust verpakt als een normaal leven. We noemen het drive, groei, romantiek. Maar in essentie proberen we iets te vullen wat niet gevuld wil worden.


De meeste mensen vinden het confronterend om dit toe te geven, maar in zekere zin zijn we allemaal gehecht aan dat onvolledige deel in onszelf. Het deel dat zegt: ik ben er nog niet. Dat deel stuurt ons door het leven. Het laat ons rennen, presteren, verbinden, plannen, optimaliseren. Alsof het leven een optelsom is van de juiste onderdelen: werk, liefde, vrienden, lijf, zingeving. Alsof het ooit af kan zijn.


Niemand ontsnapt hieraan. Onze wereld is zo ingericht. We leven niet zozeer, we consumeren het leven, omdat stilvallen betekent dat we de onrust voelen. En als we dat niet doorzien, worden we gedreven door oude wonden. Dan gaan we onszelf verdoven met alles wat beschikbaar is: werk, drank, aandacht, lichamen, spullen, 'spul'. Niet omdat we leeg zijn, maar omdat we bang zijn voor het gevoel dat er iets ontbreekt.


Het lastige is: die strategieƫn werken averechts. Hoe harder we proberen te vullen, hoe groter het gat voelt. Want elke mislukte poging bevestigt onbewust dezelfde waarheid waar we voor weglopen: niets buiten ons kan ons heel maken. Misschien is heel-zijn ook niet het doel. Misschien is dat idee zelf een misverstand.


We zijn goed in zelfbedrog. We praten ons aan dat al dat streven nodig is. En misschien is dat deels zo. Het zoeken geeft richting. Het geeft vorm aan het leven. De fout zit niet in het zoeken, maar in doen alsof we niet zoeken. Want wat je ontkent, gaat je sturen. En dan wordt elk verlies groter dan het is. Een relatiebreuk, ontslag of tegenslag voelt dan niet als een gebeurtenis, maar als een oordeel over je hele bestaan. Niet alleen omdat het pijn doet, maar omdat het wegvalt wat jou overeind hield.


Daarom stellen relaties ons soms zo teleur. Om de simpele reden dat we haar belasten met een taak die ze niet kan dragen: maak mij compleet. Neem mijn leegte weg. Red mijn leven. Dat kan geen mens.


Volwassen worden betekent erkennen dat wat we zoeken niet in een ander, een titel of een bankrekening zit. En misschien betekent volwassenheid ook dat we stoppen met streven naar permanente vervulling. Dat we leren leven met genoeg. Met aanwezig zijn. Met teleurstelling verdragen zonder onszelf te verlaten.


Die onrust verdwijnt niet, omdat ze ergens voor staat. Noem het ziel, psyche of levensdrift. Het is de kracht die weigert genoegen te nemen met half-leven. Ze maakt ons rusteloos, ja. Maar ze houdt ons ook wakker. Zonder haar zouden we blijven hangen in lege relaties, dode banen en afgestompte levens. De honger is geen fout, ze is een teken van leven.


Soms ervaren we momenten die wƩl voelen als heelheid. In verbinding, in liefde, in lachen, in schoonheid. Die momenten zijn echt. Maar ze ontstaan niet doordat iets buiten ons perfect is. Ze ontstaan doordat we ons laten raken. Omdat we even niet dicht zitten. Heelheid is geen bezit, het is een vermogen.


En hier komt de ongemakkelijke waarheid: het gat gaat niet weg. De fantasie dat je ooit definitief compleet zult zijn, is zelf een verdedigingsmechanisme. Heelheid is geen eindstaat, maar een oefening. Een bereidheid om telkens weer terug te keren naar wat er is. Naar jezelf. Naar het leven. Soms via therapie, soms via stilte, soms via een nee, soms via een ja, soms via tranen op de keukenvloer.


We blijven zoekende mensen. Hongerig, verlangend, onaf. En misschien hoeft dat niet opgelost te worden. Misschien is het niet de bedoeling dat de leegte verdwijnt, maar dat we leren haar te dragen zonder haar te verdoven of uit te besteden.


Niet vullen. Niet fixen. Maar voelen. En ontdekken dat je nooit kapot of incompleet was, maar gewoon levend.


X!

Ā 
Ā 
Ā 

Opmerkingen


​

​

  • TikTok
  • Instagram
  • Facebook
  • LinkedIn

©2025 Denise de Haan Personal Coaching

bottom of page