Waarom echte verbinding zoveel mensen afschrikt
- Denise de Haan
- 6 dagen geleden
- 7 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 5 dagen geleden
Bijna iedereen kent het verschil tussen contact dat stroomt en contact dat knelt. Je voelt het meteen in je lijf. Er zijn momenten waarop je met iemand bent en het gewoon zacht wordt vanbinnen. Je voelt je gezien. Niet half, niet op voorwaarde, niet alleen als je gezellig of sterk of makkelijk bent, maar echt. Alsof je even niet hoeft te duwen of trekken om erbij te horen. Alsof je gewoon kunt landen. Dat is het soort contact waar iets open gaat. Waar het leven weer beweegt. Waar liefde niet voelt als werk, maar als ruimte.
En bijna iedereen kent ook het tegenovergestelde. Dat je in contact bent en je juist kleiner wordt. Dat je je niet echt bereikt voelt. Dat er langs je heen gepraat wordt. Dat je jezelf voelt verharden, of schamen, of geïrriteerd raken zonder precies te snappen waarom. Je zit dan wel met iemand in één ruimte, maar relationeel gebeurt er niks. Of erger nog: er gebeurt van alles, maar niets wat voedt. En dat voelt vaak als een klein sterven. Alsof je iets van jezelf moet inhouden om het contact überhaupt nog een beetje gaande te houden.

Tussen twee mensen ontstaat altijd iets
Wat er tussen twee mensen ontstaat noem ik het relationele veld. Dat onzichtbare stuk waarin je voelt of iemand er echt is, of alleen lichamelijk aanwezig. Of iemand bereid is om jou te ontmoeten, of vooral bezig is met zichzelf beschermen. Dat veld is geen zweverige term. Je voelt het elke dag. In een blik. In hoe iemand reageert als jij iets spannends deelt. In of er ruimte is voor waarheid, of alleen voor comfort. In of er werkelijk contact is, of alleen een soort toneelstuk van nabijheid.
Wij dragen daar zelf ook altijd aan bij. Dat is misschien niet het lekkerste deel van het verhaal, maar wel het eerlijke deel. We zijn niet alleen slachtoffer van slechte dynamieken. We bouwen ze soms ook mee. We kunnen onbereikbaar zijn. We kunnen koud reageren en dat dan verkopen als moeheid of drukte. We kunnen sorry zeggen om van het gezeik af te zijn, zonder ook maar ƩƩn seconde echt open te staan voor wat de ander voelt. We kunnen luisteren om terug te slaan in plaats van om te begrijpen. We kunnen de taal van empathie perfect beheersen en ondertussen emotioneel potdicht blijven.
Veel mensen zijn niet in verbinding, maar in relatie-management
Dat is precies waarom zoveel mensen denken dat ze goed zijn in verbinding, terwijl ze in werkelijkheid vooral goed zijn in relatie-management. Ze weten hoe het eruit moet zien. Ze weten welke woorden horen bij zorg, afstemming en volwassen contact. Maar vanbinnen zit er nog steeds een muur. En die muur voel je. Altijd.
Echt relationeel zijn betekent niet alleen dat je af en toe iets aardigs zegt of dat je best begrijpt hoe de ander zich voelt. Het betekent dat je werkelijk naar die ander toe wilt bewegen. Niet om jezelf als goed mens te kunnen zien of te sussen. Niet om controle te houden over het contact. Maar omdat er in jou een oprechte bereidheid zit om iemand te ontmoeten, ook als dat ongemakkelijk is.
We zeggen dat we liefde willen, maar kiezen vaak voor controle
En daar gaat het voor veel mensen mis. Ze willen wel verbinding zolang het veilig voelt, zolang het overzichtelijk blijft, zolang het niet te veel kost. Maar zodra verbinding ook blootstelling wordt, zodra het iets raakt van afwijzing, schaamte, afhankelijkheid of verlies, schieten de oude beschermingslagen erin. Dan worden we slim. Dan worden we afstandelijk. Dan gaan we analyseren in plaats van voelen. Dan gaan we managen in plaats van ontmoeten.
Dus de vraag is niet alleen of je verbinding wilt. De echte vraag is of je bereid bent om te voelen wat verbinding in je losmaakt.
Veel mensen verlangen naar diepe verbinding, maar zodra die ook werkelijk dichtbij komt, trekken ze zich terug in controle. Ze houden ƩƩn voet buiten de deur. Ze doen net niet helemaal mee. Ze blijven vaag. Ze daten mensen die ze niet echt willen, omdat dat veiliger voelt dan geraakt worden door iemand die er echt toe doet. Ze zeggen dat ze ruimte nodig hebben, maar wat ze vaak bedoelen is dat nabijheid iets wakker maakt waar ze niet mee willen zitten.
Niet willen voelen is ook een beschermingsstrategie
Niet willen voelen is een bescherming. Niet echt willen, of doen alsof je niet zo veel wilt, is ook een bescherming. Want zodra je iets of iemand echt wilt, wordt verlies een mogelijkheid. Dan kan het pijn doen. Dan kan je afgewezen worden. Dan kan je niet meer doen alsof het je niet raakt.
En dus zie je dat mensen het contact saboteren op precies de plek waar het levend begint te worden. Ze trekken zich terug als iets echt wordt. Ze rationaliseren zich uit hun gevoel. Ze worden kritisch op de ander op het moment dat hun eigen kwetsbaarheid geactiveerd wordt. Ze zeggen dat het niet goed voelt, terwijl het soms niet onveilig is maar gewoon intiem. En intimiteit is voor een ongetraind zenuwstelsel vaak bijna niet te onderscheiden van gevaar.
Je afweer beschermt je niet alleen tegen pijn, maar ook tegen liefde
Mensen horen het woord ego en denken vaak aan arrogantie, borstklopperij of grootspraak. Maar ego zit ook in je behoefte om gelijk te hebben. In je drang om niet te verliezen. In je angst om verkeerd begrepen te worden. In je neiging om je identiteit koste wat kost overeind te houden. Ego wil niet klein gemaakt worden. Ego wil niet ontmaskerd worden. Ego wil niet voelen dat het geraakt is.
En afweer is alles wat je hebt geleerd om niet overspoeld te raken. Vermijden. Pleasen. Overuitleggen. Dichtklappen. Aanvallen. Controleren. Weglachen. Je heel invoelend voordoen zonder echt iets binnen te laten. Het lastige is dat die strategieƫn ooit functioneel waren. Ze hebben je ergens doorheen geholpen. Ze hebben je beschermd tegen afwijzing, schaamte, chaos of emotionele verwaarlozing.
Alleen beschermen ze je nu niet alleen tegen pijn. Ze beschermen je ook tegen liefde.
Je manier van liefhebben komt ergens vandaan
Hoe jij je vandaag in relaties beweegt is niet random. Dat komt ergens vandaan. Uit hoe liefde voelde toen je klein was. Uit wat wel of niet welkom was in jouw gevoelswereld. Uit hoe er gereageerd werd als jij iets nodig had. Uit de sfeer in huis. Uit het verschil tussen woorden en gedrag. Uit of nabijheid warm voelde of juist onvoorspelbaar. Uit of je je moest aanpassen om verbonden te blijven.
Misschien leerde je dat liefde iets was waar je hard voor moest werken. Misschien leerde je dat je vooral niet te veel moest zijn. Misschien leerde je dat ruimte innemen gedoe opleverde. Misschien leerde je dat je je maar beter kon terugtrekken, omdat er toch niemand echt kwam. Misschien leerde je dat je de stemming van anderen goed in de gaten moest houden om veilig te blijven. En later ben je dat karakter gaan noemen. Je zegt dan dingen als: ik ben gewoon niet zo emotioneel. Of: ik heb nou eenmaal veel ruimte nodig. Of: ik ben slecht in communiceren. Of: ik hou niet van conflict.
Maar vaak zijn dat geen karaktereigenschappen. Het zijn aanpassingen.
Beschermingsstrategieƫn. Ooit slim. Nu beperkend.
Kwetsbaarheid is niet jezelf leegkieperen
Kwetsbaarheid is niet dat je meteen je diepste traumaās op tafel gooit. Het is ook niet dat je alles maar altijd moet delen. Kwetsbaarheid zit vaak veel dichterbij. Het is zeggen wat er in het moment het meest waar is, zonder het mooier, netter of afstandelijker te maken dan het is.
Ik voel me niet echt dichtbij je.
Dat raakte me meer dan ik dacht.
Ik ben bang dat ik je meer wil dan jij mij.
Ik merk dat ik nu de neiging krijg om dicht te klappen.
Ik doe stoer, maar eigenlijk voel ik me geraakt.
Dat is kwetsbaarheid.
Je wordt niet relationeel door erover te praten, maar door het te doen
Je wordt niet relationeel omdat je er een boek over leest. Ook niet omdat je slim kunt praten over patronen, hechting en trauma. Je wordt relationeel door het te doen. In kleine momenten. Juist daar. Waar je normaal zou afhaken, dichtgaan of het gesprek naar iets veiligers zou trekken.
Door echt te reageren als iemand je probeert te bereiken. Door een echte vraag te stellen in plaats van sociaal behang op te hangen. Door tien procent langer aanwezig te blijven in een lastig gesprek. Door te benoemen wat er gebeurt in plaats van te doen alsof alles prima is. Door terug te komen na een terugtrek beweging en te zeggen: ik ging dicht, maar ik wil het alsnog aangaan.
Niet iedereen kan jou ontmoeten en dat moet je serieus nemen
Dit vind ik een belangrijk punt, omdat veel mensen zichzelf verliezen onder het mom van openheid. Ze denken dat relationeel zijn betekent dat je maar moet blijven geven, uitleggen, voelen, wachten en hopen. Maar als jij je openstelt voor iemand die structureel niet beschikbaar is, niet reflecteert, geen verantwoordelijkheid neemt en geen diepte verdraagt, dan ben je niet moedig bezig. Dan ben je jezelf aan het verlaten.
Echte relationaliteit vraagt twee mensen. Niet ƩƩn die al het bewustzijn, al het geduld en al het emotionele werk op tafel legt terwijl de ander daar een beetje loom omheen blijft draaien. Je kunt nog zo helder, warm en kwetsbaar zijn, maar als de ander je niet werkelijk kan ontvangen, dan houdt het ergens op.
En ja lieve mensen, dat is informatie.
De echte vraag is niet of je verbinding wilt
De meeste mensen vragen zich af of ze wel goed zijn in relaties. Of ze niet te gevoelig zijn. Of ze niet te veel willen. Of ze niet gewoon beter alleen kunnen blijven. Maar misschien is de echte vraag een andere.
Ben ik bereid om de prijs van echte verbinding te betalen?
Niet de prijs van drama, trekken, wachten en jezelf verliezen. Dat is geen liefde. Ik bedoel de prijs van oprechtheid. De prijs van zichtbaar zijn. De prijs van niet meer wegkruipen achter slimheid, afstand of controle. De prijs van moeten voelen wat je normaal gesproken ontwijkt. De prijs van eerlijk worden over wie je kiest, waarom je kiest en waar je nog steeds oude pijn aan het herhalen bent.
Want verbinding is fucking briljant.
Maar verbinding is ook ontmaskerend. Het laat je zien waar je nog leeft vanuit angst. Waar je nog performt. Waar je nog niet gelooft dat je kunt blijven bestaan terwijl iemand echt dichtbij komt.




Opmerkingen