top of page
Zoeken

Liefde als machtsverhouding

  • Foto van schrijver: Denise de Haan
    Denise de Haan
  • 11 jan
  • 3 minuten om te lezen

(en waarom sommige relaties je alleen kunnen verdragen als jij klein blijft)


“Je hebt geluk met mij. Niemand anders zou jou willen.”


Soms wordt het letterlijk gezegd. Vaker leeft het in de onderlaag van een relatie. In wie de richting bepaalt. In wie zich aanpast. In wie het tempo volgt. In wie mag groeien en wie dat liever niet ziet gebeuren. Wat hier eigenlijk wordt uitgesproken, is een onzichtbare afspraak: voor mij werkt liefde alleen als er iemand boven staat en iemand onder. Niet omdat dat gezond is, maar omdat gelijkwaardigheid spanning oproept.



De oorsprong: superieur versus afhankelijk


In de kindertijd is dat onderscheid logisch. Een ouder is competenter dan een kind. Niet meer waard, niet meer mens, wel meer bekwaam. Een kind is afhankelijk en dat is precies zoals het hoort. Maar wanneer dit de enige vorm van nabijheid is die iemand leert kennen, wordt het een blauwdruk. Dan voelt verbinding later niet als naast elkaar staan, maar als leunen en dragen. Als leiden en volgen. Als weten en niet-weten. En zolang die rollen duidelijk zijn, voelt het veilig.


De ‘redder’-relatie (en waarom die zo verraderlijk is)


Deze dynamiek duikt vaak op in relaties waarin kwetsbaarheid, verslaving/trauma of herstel een rol speelt. De één wordt gezien als ‘degene met problemen’, de ander als ‘degene die het beter op orde heeft’. Dat begint vaak met echte zorg. Met betrokkenheid. Met steun op momenten dat die nodig is. Maar wat langzaam kan verschuiven, is de verhouding. Zorg wordt positie. Helpen wordt sturen. En afhankelijkheid wordt verward met intimiteit.


En dan gebeurt het gevaarlijkste wat er is


De afhankelijkheid neemt af. Niet abrupt, maar geleidelijk. Iemand wordt autonomer. Helderder. Minder geneigd om alles te spiegelen of te checken. De beweging is niet weg, maar naar binnen. En precies daar ontstaat frictie. Want de relatie was gebouwd op een bepaalde verdeling. Zodra die verschuift, voelt dat voor de ander als verlies. Niet van liefde, maar van houvast. Van betekenis. Van een rol waarin ze zich veilig voelden.


“Ik wil dat je beter wordt… maar niet té.”


Dit wordt zelden hardop gezegd. Het wordt zichtbaar in gedrag. In relativering van groei. In het terughalen van oude verhalen. In subtiele opmerkingen die iemand weer in een bekende positie plaatsen. Alsof ontwikkeling alleen welkom is zolang die de bestaande dynamiek niet onder druk zet. Groei wordt dan niet ontmoedigd, maar wel begrensd. Onzichtbaar. Totdat iemand zich weer inhoudt.


Waarom dit zo ontwrichtend werkt


Omdat hier iets fundamenteels botst. Loyaliteit tegenover waarheid. Dankbaarheid tegenover zelfrespect. Het gevoel iets te ‘verschuldigd’ zijn, kan verlammend werken. Zeker wanneer iemand veel steun heeft ervaren in een kwetsbare periode.

De vraag die dan onder de oppervlakte ligt, is pijnlijk:


'Mag ik veranderen als dat betekent dat de relatie verandert?'


En voor veel mensen is het antwoord lange tijd: liever niet.


De onvermijdelijke keuze


Wanneer één persoon blijft groeien en de ander blijft vasthouden aan de oude verdeling, ontstaat afstand. Niet omdat de liefde verdwijnt, maar omdat de basis niet meebeweegt. En dan dringt zich vroeg of laat een keuze op. Blijf ik in verbinding door mezelf kleiner te maken? Of verlies ik de relatie door trouw te blijven aan mijn ontwikkeling? Dit is het punt waarop veel mensen stagneren.

Niet uit onwil, maar uit angst voor verlies.


De harde waarheid


Relaties die alleen functioneren bij ongelijkheid, kunnen geen gelijkwaardigheid verdragen. Dat is geen moreel oordeel, maar een structureel gegeven.

Zodra iemand rechtop gaat staan in een systeem dat gebouwd is op hiërarchie, kraakt het. Niet omdat iemand ‘te veel’ wordt, maar omdat het systeem daar niet voor is ingericht.


Wat er nodig is (en wat vaak niet gebeurt)


Voor dit soort relaties is wederkerige groei nodig. Beide mensen moeten bereid zijn hun eigen patronen onder ogen te zien. Hun behoefte aan positie, controle of bevestiging. Als dat niet gebeurt, ontstaat er een scheefgroei die niet te herstellen is.

Dan groeit de één door en blijft de ander staan. En dat verschil gaat uiteindelijk opbreken.


Dit gaat niet over falen


Dit gaat over realiteit. Over erkennen dat sommige verbindingen alleen konden bestaan binnen een specifieke rolverdeling. En dat die verbinding ophoudt te werken zodra die verdeling niet meer klopt. Dat is pijnlijk. Maar het is ook helder. Want liefde tussen volwassenen vraagt geen hiërarchie, geen redding, geen ondergeschiktheid. Ze vraagt twee mensen die naast elkaar durven staan, ook als dat betekent dat ze elkaar moeten loslaten.


Zucht...

 
 
 

Opmerkingen


  • TikTok
  • Instagram
  • Facebook
  • LinkedIn

©2025 Denise de Haan Personal Coaching

bottom of page